Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duitschen en een hoogduitschen druk vermeldt. Terwijl laatstgenoemde voor den eersten waalschen druk het jaar 1562 vermeldt. Beiden foutief, naar we zagen.

Thysius noemt als auteurs der Confessie, behalve de Brés, zijn medehelpers in de gemeenten van Rijsel met omliggende plaatsen, Doornik, Yalencienues enz., inzonderheid Godefridus Wingius, den door de kerk te Embden uitgezonden predikant. Daarentegen schrijft Schoock, dat de Bres reeds in 1559 eenige artikelen opstelde, het opstel door middel van Saravia naar Genève zond, het tot 1561 terughield, en het in dat jaar op raad van Godfried van Wingen naar Embden ter goedkeuring zond. Thysius zal hier wel zeer terecht onderstellen, dat de predikanten in de Brés nabuurschap het eerst do Confessie gezien en goedgekeurd hebben. Doch terwijl hij wat van Wingen betreft enkel diens naam vermeldt, zal Schoock wel niet uit de lucht gegrepen hebben het verhaal, dat do Confessie in kern reeds in 1559 ontstond, een vergeefsche reis naar Genève maakte, en eerst in 1561, te Embden „door meerdere natiën" beoordeeld en goedgekeurd, voor goed openlijk de wereld inging. Van Wingen krijgt in zijn verhaal, als raadgever die het verborgen blijven der Belijdenis verhoedt, een beteekenisvolle plaats. En de „meerdere natiën", waarvan Schoock spreekt, zijn niet wat wij thans buitenlanders noemen, maar stammen der ééne Nederlandsche natie, Brabanters of Vlamingen, Hollanders of Zeeuwen.

Schoock noemt geen predikanten in Nederland bij name. Maar Thysius zegt uitdrukkelijk, dat Georgius "Wibotius, anders Silvanus, en Cliristophurus Fabritius tot de „in-landische Dienaers" behoord hebben, die de

Sluiten