Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Schoockius' verhaal, dat is het bericht van het ontstaan der Confessie reeds in 1559, haar reis naar Genève, en haar uitgave in 1561 op raad van Godfried van Wingeu, voor waar houden.

Doch ook de wèl Thysiaansche bestanddeelen van Schoockius' bericht verdienen mijns erachtens geloof. Op welke gronden het ongunstig oordeel der beide hoogleeraren over Thysius' betrouwbaarheid rust, is mij onbekend. Dr. van Langeraad spreekt van „menige onjuistheid" in Thysius' verhaal. We stemden dit boven grif toe. Thysius heeft zich in meer dan éénen naam . dien hij noemt blijkbaar vergist. Welke geschiedschrijver over dien tijd van verwarring doet dat soms niet? Maar volgen daaruit recht en plicht, om het geheele verhaal te verwerpen ?

Dr. van Langeraad heeft in zijn afwijzing van Thysius' verhaal zoowel den aard eener Confessie als het streng kerkelijk karakter van het optreden der oude Gereformeerden miskend.

Wat den aard eener Confessie betreft, dat één man haar ontwerpt, is niet ongewoon. Een groote vergadering kan niet, als ware zjj één persoon, een vrij lang stuk schrijven, een stuk dat wèl gewikt en gewogen moet worden. Maar dat één man, zonder iemand te raadplegen, zijn persoonlijk ontwerp uitgeeft, en er driestweg boven laat drukken: „Belijdenis des geloofs, gemaakt met een gemeen accoord door de geloovigen, die in de Nederlanden overal verstrooid zijn", dat is een brutale leugen, waartoe een man van eer, een dienstknecht Gods, zich niet leent. Een belijdenis is een publiek geschrift. Heeft het publiek, de kerk iu haar wettige vertegenwoordigers en ambtsbekleeders,

Sluiten