Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beliefde betere tijden te geven, een quaestie van tijd. Zij mochten niet slechts, zij moesten gehoord worden over een zuiver Nederlandsch belang. Ten behoude van eendracht.

En ten andere, aan een synodale, of ook maar classicile vergadering viel niet te denken. De wolvenbont, in het midden der schaapskooi moorddadig ingedrongen, had herders en kudden wijd en zijd verstrooid, van één gereten. Toch werd een Synode tot het uitvaardigen eener Confessie onverbiddelijk vereischt. Moest men nu niet van den nood een deugd maken? Waarom zou men niet, mits men het wezen behield, den vorm eener Synode, het lichamelijk bijeen zijn, prjjsgeven? Zoo worden dan nu, door boden of brieven, zij die anders lid der Synode zouden geweest zijd, aangezocht om hun oordeel over de Confessie uit te spreken. Want de Bres volgde in zjjn keus der adviseurs slechts de stem des volks. De meest invloedrijke predikanten waren sui juris, krachtens een recht dat niemand betwistte, de aangewezen personen om officieus, en tevens zoo officieel als maar mogelijk was, hun stem vóór of tegen uit te brengen. Winghius en Fabritius, Datlienus en Heydanus, Taffiuus en Colonius waren personen, van wier medewerking het welslagen van do uitgave eener Confessie afhing. Wat wonder, dat de Bres hun, benevens zijn medehelpers in Doornik en omstreken, geheel vrijwillig zijn pennevrucht toezond.

Slotsom onzer beschouwing van twee latere geschiedschrijvers moet dus zijn, dat wij de verhalen van Thysius en Schoockius als in hoofdzaak juist aanmerken.

Do gevonden resultaten van ons historisch onderzoek laten zich als volgt samenvatten.

Sluiten