Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mesme tout ce vice [héréditaire] est taut vilain qu'il est auffissant pour condamner le genre humain: et n'est pas aboli mesme par le Baptesme, combien toutesfois qu'il n'est poiat imputó a condamnation aux enfans de Dieu par sa graee, et misericorde".

De eerste helften van beide artikelen zijn vrij wel gelijk. En voorts spreken beiden de oude dwaalleer tegen, dat de doop de erfzonde wegneemt. De belijden.s van 1557 is in die van Gruido de Brés, duidelijk schoon niet letterlijk, weer te vinden.

Bezien wij thans de confessio studiosorum, confession des escholiers, de belijdenis der studeerenden van 1559 *).

Eindelijk hadden de bemoeingen van Calvijn blijvende vrucht gedragen. Voor hem en voor gansch Genève was het feest, toen den 5den Juni 1559 door een plechtige bijeenkomst in de groote St.-Pieterskerk, in tegenwoordigheid der stadsoverheden en dienaren en doctoren der kerk, do hoogeschool van Genève werd opgericht en ingewijd. Calvyn zelf hield een leerrede in tfransch. De eerste secretaris Rosetus las de leges academicae, de academische verordeningen, en de straks te bespreken belijdenis voor. En Beza, de eerste rector der school, sprak in 't latijn een inaugureele redevoering uit. Zes honderd leeraren en leerlingen waren dien dag tegenwoordig.

De belijdenis der studeerenden, niet der studenten, gelijk ze gewoonlijk heet, moest door alle docentes et discentes, door alle professoren en hun hoorders worden onderteekend. Daarin stak destijds niets vreemds.

1) Alleen het Corpus reformatorum behandelt haar.

Sluiten