is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen deze eenige offerande [van Christus] (art. 21.), en dat wij niet voor God kunnen verschijnen, steunende op ons zeiven of op eenige andere „schepselen (ai t. 23); en verklaart zich „tevreden" met de twee Sacramenten, die Christus verordende, zonder met een woord van de vijf roomsche Sacramenten te reppen. Guido de Bres heeft gedacht aan den eisch van den toestand; hij diende een kruiskerk, die haar leer aan het oordeel van een roomschen vorst onderwierp; en hij heeft tevens betoond de kracht der gematigdheid.

Een derde verschilpunt raakt de leer der sacramenten. De geneefsche belijdenis is hierover zeer uitvoerig, 3 van de 21 artikelen handelen er over (artt. 15-—19). Artikel 18 „Dat wij het woord met de teekenen [der Sacramenten] verbinden moeten", bespreekt een zaak, die in de nederlandsche belijdenis slechts ter loops genoemd wordt (art. 33). Deze laatste behandelt de leer der sacramenten slechts in 3, overigens zeer lange, artikelen.

Daarentegen komt het mij voor, dat de nederlandsche geloofsbelijdenis meer overeenkomst heeft met de belijdenis der kerk van Parijs van 1557 dan met de belijdenis der studeerenden. Misschien is dit verschijnsel te verklaren uit het feit, dat de beide eerstgenoemden een kerkeljjk algemeen doei hebben, terwijl laatstgenoemde een persoonlijk doeleinde heeft. Je confesse, confiteor, ik belijd. De kerk daarentegen legt ons op de lippen: wij gelooven. In ieder geval is het mij niet gelukt, in cenig artikel van de beljjdenis der studeerenden een letterlijken weerklank te vinden van onze vaderlandsche confessie. Enkel de calvinistische denkbeelden der eerste hebben bij de opstelling der laatste invloed geoefend.