Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genegen waren, voegden zich bij hen. Zij waren het hof en het buitenland, Duitschland met name, het minst ongevallig.

Talrijker dan de Lutherschen, maar zonder staatkundigen of maatschappelijken invloed, waren de Wederdoopers of Anabaptisten, die later Mennonieten of Doopsgezinden heetten. Zij werden vooral onder de armen in Holland gevonden. De paria's der hervorming. De woeligste en meest verdrukte protestantsche sekte. Guido de Brés zag de zeer wilde loten der wederdooperij overvloedig, zelfs onder zijn eigen aanverwanten, opgroeien. Hij voerde levenslang strijd tegen deze dweepzieke lieden, ook iu geschriften In 1565 verscheen zijn groot werk „La racine, fondement des anabaptistes ov rebaptisez de nostre temps". Om zich van hen af te scheiden, en beschuldigingen der roomschgezinden te wederleggen, ontwierp bij zijn belijdenis.

Sedert het midden der zestiende eeuw kwamen over Frankrijk, van uit Genève en Straatsburg, talrijke calvinistische of hervormde predikanten de zuidelijke Nederlanden binnen. Zij waren in de school van Calvijn en Beza gevormd, zij vertegenwoordigden de meest consequent doorgezette reformatie, zij kenden zeiven geen vrees, en kweekten vurigen ijver Gods en ontembaren geloofsmoed. Guido de Bres, door zijn verblijf to Genève, was een van die. Bijna al die predikers, wier beroemde namen wij nu nog kennen, waren calvinisten. Hunner was de overvleugeling der andere onroomschen, de doodelijke worsteling tot het bittere eind in Zuid-Nederland, en de zegepraal over het roomsche bijgeloof in Noord-Nederland.

Als waren zij goed geschoolde en gedrildo soldaten,

Sluiten