Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konden die oude Gereformeerden niet leven zonder orde en tucht. Zelfs in dien bloedtijd der kerken was het verlangen naar een geregeld kerkbestuur algemeen. Het voorbeeld der fransche broederen riep om navolging. Het jaar 1563, zooveel wij weten, zag voor het eerst een waalsche synode onder het kruis bijeen.

Zoodra de hervormde predikers ergens een geheime gemeente, een kruisgemeente, gesticht hadden, trachtten zij een consistoire of kerkeraad te formeeren. Uit bestuur der gemeente moest uit ministres, anciens en diacres, predikanten, ouderlingen en diakeuen bestaan. De leden van het consistorie bezaten geene primautó ni domination 1'un sur 1'autre, geen voorrang noch heerschappij over elkander (Syn. tenu a la Yigne 1 May 1564, art. 1, 2; vgl. art. 31 onzer geloofsbelijdenis). Predikanten waren nog zeer schaarsch, vooral vóór 1566. De gemeenten wendden zich dus tot de particuliere synoden, als een ministro noodig was pour resider en certain lieu, om ergens zijn standplaats te hebben (Syn. tenu a la Yigne 1563, art. 7). Ouderlingen en diakenen werden in nieuwe gemeenten gekozen par la voix commune de tout le peuple avec leurs pasteurs, met algetneene stemmen van de geheele gemeente met haar predikanten. Waar reeds een kerkeraad bestond, vulde hij bij vacaturen zich zeiven aan, en werden de gekozenen aan de gemeente voorgesteld (Syn. tenu au Bouton, art. 1). Ons tegenwoordig gebruik. De synode te Tours, op denzelfden dag 26 April 1563 gehouden, besloot daarentegen, dat de gemeente uit een tweetal, door den kerkeraad aangeboden, er een zou kiezen (art. 11). Het consistorie behartigde de belangen, en handhaafde de orde en tucht of discipline

Sluiten