Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevels, oude kerken, en nauwe straatjes en steegjes. Het doode Brugge is ook het fanatieke Brugge. De tegenwoordige Vlamingen noemen Brugge wel eens de kloosterstad, het groot begijnenhof. Van de 40,000 inwoners behooren 7,000 tot den geestelijken stand. Brugge is thans het centrum van het roomsche bijgeloof in België, getuige de bloedkapel en bloedprocessie. De stad telt geen honderd protestanten. Waar is de tijd, toen haar grootste tempel, de trotsche Mariakerk met haar hoogen toren, met haar praalgraven van Karei den Stouten en Maria van Bourgondië, met haar meester stukken van vlaamsche beeldhouw- en schilderkunst, tot een hervormd bedehuis werd ingericht; toen in de grootsche St.-Salvatorskerk de synode haar zittingen hield; toen in Brugge's oudste heiligdom, de St. Donaaskerk, de plechtige avondmaalsviering plaats had, waaraan de prins van Oranje deêlnacn! Waar zijn de dagen, toen de uitoefening van den roomschen eeredienst in Brugge, en in het gansche Vrije, verboden werd!

De geschiedenis van WestVlaanderen's hoofdstad is begrepen in het bekende „opgaan, blinken en verzinken". In de dertiende eeuw was Brugge een stapelplaats der Hanze, in de veertiende een wereldhandelstad, in de vijftiende de glansrijke residentie der hertogen van Vlaanderen, 200,000 inwoners tellende, in de zestiende een stad in verval, die haar bloei op Antwerpen zag overgaan.

Een belangrijk deel van van Brugge's kerkelijke geschiedenis behandelde de heer H. Q. Janssen in zijn verdienstelijk werk „De kerkhervorming te Brugge"-1")In zijn „De kerkhervorming in Vlaanderen", dat 12 jaar later verscheen, weet hij ondanks veel vermeerderde

Sluiten