Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, hen vermanende tot afstand van hun goddelooze leer en leven. De heimelijke gemeente onder het kruis aldaar, voor zijn leven terecht bezorgd, zond hem naar de openbare gemeente in Engeland, „daar hij bij gebleven ie, tot dat" — in den zomer van 1566 — „den grooten hongher des Goddelicken woorta in Nederlandt quam". De broeders te Antwerpen zonden hem toen naar de omstreken van Aalst, met het boven vermeld gevolg. Aangaande Aalst in de jaren 1563 tot '66 is ons verder niets bekend. •

België's prachtige hoofdstad, in de twaalfde eeuw de zetel der hertogen van Brabant en eon handelplaats aan den straatweg van Keulen naar Brugge, was in de zestiende eeuw de glanzende zetel van het hof en een van de brandpunten der kerkhervorming. Brussel bestaat uit een bovenstad, waar het fransch de volkstaal is en de aristocratie haar woningen heeft, en een benedenstad, waar het vlaamsch meest wordt gesproken en het verkeer het drukst is. De heerlijke St Gudulekerk is juist op de grenslijn der beide stadwhelften opgetrokken. In do zestiende eeuw had de landvoogdes van koning Filips, de hertogin Margaretha van Parma, in Brussel den zetel van het bestuur gevestigd. De talrijke nederlandsche edelen dier dagen, buitensporig verkwistend levend in een zeer welvarend land, hadden meestal, behalve elders, ook in Brabant's hoofdstad een verblijfplaats. Hun losse zeden en groote geldverteringen gaven iets vroolijks aan de toch reeds schoone stad. Een gansch andere vreugd deed haar intocht binnen de veste, toen het evangelio er ingang vond. De vreugd, maar ook de smart van de kinderen des koninkrijks.

Op de markt te Brussel werden do antwerpsche augus-

s

Sluiten