Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijner monniken Hendrik Voes en Johannes van Essen, de eerste hervormde martelaars in de Nederlanden den lBten Juli 1523 levend verbrand. „Door de standvastigheid dezer monniken is de leer der Hervorming in de stad van Brussel zóó geplant, dat ze voortaan daar stedevast is gebleveu". Zoo werden er in 1544 Joost Jusbergh onthoofd en Gilles Tieleman levend verbrand. Iedere arme, lijdende, bedroefde Brusselaar kende Tieleman, den ijverigcn discipel van Christus. Hij gaf den hongerigen brood, den armen kleederen, den kranken medicijnen. Honderde zieken heeft hij in de laatste ure vertroost. Met nadruk wees hij zijn stadgenooten tevens op dien grooten schat, dien mot noch roest verderven kan, op den schat, dien ieder christen in den hemel bezit. Wat kon hij, de messenmaker van beroop, het zwaard des Geestes hetwelk is Gods woord, heerlijk verkondigen. Hij was krachtig door werken en door woorden Sinds hij was gevangen genomen, kreeg hij verscheideue bezoeken in het kerkerhol om hem tot afval te bewegen, doch hjj bleef getrouw. Getrouw ook op de pijnbank, getrouw zelfs op den brandstapel op dien Zondagmorgen 27 Januari 1544. Een dichte menigte werd in bedwang gehouden door zes honderd gewapenden. De martelaar zelf was zeer kalm. Toen hij den brandstapel aanschouwde, zeide hij: „Waarom toch zooveel hout gekocht, om mijn arm, ellendig lichaam te verbranden. Men had liever aan do armen moeten denken, die in dezen bitteren tijd moeten ljjden". Gilles Tieleman knielde neder, en deed een innig gebed. Daarop verrichtte de beul zijn vreeselijk werk, en alzoo is een vriend der armen in den Heere ontslapen.

Sluiten