Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zeker daarin is ook mystiek, gevoel aandoening, verborgen omgang, inaar altoos zoo dat daarin een persoonlijke ontmoeting plaats vindt, dat God niet in den mensch en de mensch niet in God opgaat, zoodat dus het bewuste karakter der mystiek blijft bewaard. Alleen dus in een besliste belijdenis van triniteit (drieeenlieid), schepping en vleeschwording, alleen in de belijdenis van 's menschen schepping naar het Be^ld Gods, alleen in handhaving van het Godsvijandig karakter der zonde, al» wilsdaad van den mensch, die dan voor haar en hare gevolgen verantwoordelijk blijft, alleen in het krachtig op den voorgrond plaatsen van de noodzakelijkheid van openbaring en wedergeboorte zal er van religie van gemeenschap tusschen God en mensch weer sprake 7-ijn — alleen daarin schuilt kracht tegen den moordenden invloed van materialisme en pantheïsme, dat alleen bewaart voor de wanhoop die een noodzakelijk gevolg is van het streven van theosofie, spiritisme en wat daarmee verband houdt.

En waar, helaas, de Kerk als geheel hier niet belijdend kan optreden en zoo een dam opwerpen tegen den stroom, die ons volk zedelijk en geestelijk naar den afgrond voert — daar is het plicht en van den Christen, maar bovenal van ons die als dienaren des Woords in de gemeente geroepen zijn, op kansel en in cateehesatie bij het licht van Gods Woord, in aansluiting aan onze belijdenis, de geestelijke verschijnselen van onzen tijd in baar anti-christeljjken oorsprong, aard, en strekking, bovenal met het oog op het opkomend geslacht, te bezien en te beoordeelen.

Juni, 1904. H. C. Bkiët.

Sluiten