Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze in '61 op raad van den embdenschen predikant van Wingen doen drukken, na de officieuse approbatie van de hoofden der kerk binnen en over de grenzen verkregen te hebben, en zal van 1561 tot '63 niet nagelaten hebben, alleen of in bond met gelijkgezinden, voor het gebruik, het goed recht, en het gezag van zijn belijdenis te ijveren. Wel bevond hij zich juist van 1561 tot '66 in Frankrijk. Maar hij had nog pas, van 1559 tot bl, drie groote zuidnederlandsche gemeenten, ltijssel, Doornik en Valenciennes, als predikant bediend. Een ambtgenoot die het weten kon, Dathenus, bestempelde hem om zijn vèr reikenden invloed zelfs met den titel van „minister van Gods woord in de Nederlanden". Zijn belijdenis was, meer dan de fransche, op nederlandsche toestanden aangelegd, en vóór haar openbaarwording door Nederlanders goedgekeurd. Welke reden kon men te Armentières, in de onmiddelijke nabijheid van de Brés' voormalig arbeidsveld, hebben, om zijn nationaal werk smadelijk achter te stellen bij vreemden arbeid ?

Professor Kleyn vermeldt een opmerkelijke zaak, dat namelijk zoo vele artikelen der waalsche synoden onder het kruis letterlijk overgenomen zijn uit de fransche kerkenorde. Doch hij leidt uit dit louter formeele feit te veel af, als bij vermoedt dat de uitdrukking „la Confession de foy arrestée entre nous" mitsdien slaat op de fransche confessie.

liet tweede bewijs voor zijn vermoeden ontleent de scherpzinnige historicus aan den stand van zaken drie jaar later. „Nog in 1566 kende men naar het schijnt geen andere officieele belijdenisschriften dan de Confessie van Augsburg en 1' ordre tjui se tient en France".

Sluiten