Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgende jaren, en het hoog belang van bovenstaand voorschrift springt vanzelf in 'toog. Yan de drie eerste gelijktijdige synoden verzwijgen twee de confessie geheel. Daarentegen bepaalt de derde, die van Armentières, dat nieuw gekozen ouderlingen en diakenen „zullen onderteekenen de belijdenis des geloofs, die onder ons is vastgesteld". Den 26!len April 1563 begon dus de belijdenis van do Brés, nog niet te Doornik waar zij ontstond en haar auteur twee jaar in het Evangelie goarbeid had, maar in het naburige Armentières als formulier van eenheid in gebruik te komen. Nog in hetzelfde jaar, en tot in 1565, beginnen de synoden uitsluitend in Antwerpen gehouden te worden. Zij blijven over de belijdenis hardnekkig zwijgen. Totdat eensklaps de achtste kerkvergadering, de Pinkstersynode van '65, het stilzwijgen verbreekt, en zonder herkomst of kerkelijke aanname der confessie te vermelden, als ware het de meest gewone zaak haar zittingen aanvangt met do bepaling, dat voortaan iedere synode zal beginnen met de lezing van de geloofsbelijdenis der kerken van dit land.

„Der kerken vau dit land". Dat klinkt als taal eener nationale ofte generale synode. De kring, waarin de belijdenis invloed oefende, had zich metterdaad uitgebreid. Dat een synode, in de grootste gemeente van België gehouden, haar onomwonden aanvaardde, \ erzekerde haar triomf. „Belijdenis des geloofs, die ouder ons is vastgesteld". Aan een onder-onsje doet do to Armentières gevoerde spraak denken. Ze duidt eon particuliere of provinciale synode aan. „Belijdenis des geloofs der kerken van dit land". Zoo spreekt de nationale ofte generale synode van Antwerpen van 1565.

Het blijkt nu zonneklaar, dat de remonstrantsche

Sluiten