Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. J. van Toorenenbergen, Eene bladzijde uit de geschiedenis der nederlandsche geloofsbelijdenis ter gedachtenisviering bij haar derde eeuwgetijde beschreven en met de oorspronkelijke bescheiden uitgegeven, 1561 —1861. 's Grav. 1862.

L. A. van Langeraad, Guido de Bray, zijn leven en werken, Zierikzee 1884 diss.

F. D. Haberlin, Neueste Deutsche Reichsgeschichte, Th. VI.

J. Wilhelmius, Historie van de reformatie der kerken van den Paltz en Genève, Rott. 1745.

M. A. Gooszen, De heidelbergsche catechismus, textus receptus met toelichtende teksten, Leiden 1890.

A. Kluckhohn, Friedrich der Fromme, Kurfürst von der Pfalz, der Schützer der reformirten Kirche, 1559— 1576, Göttingen 1879.

K. Südhoff, C. Olevianus und Z. Ursinus, Leben und ausgewahlte Schriften, Elberfeld 1857.

J. Reitsma, Franciscus Junius, een levensbeeld uit den eersten tijd der kerkhervorming, Gron. 1864 diss.

Fr. W. Cuno, Franciscus Junius der Aeltere, Professor der Theologie und Pastor (1545—1602), sein Leben und Wirken, seine Schriften und Briefe, Amst. 1891.

Abr. Kuyperus, D. Francisci Junii opuscula theologica selecta, Amstelodami 1882.

Het jaar 1566 heet in onze vaderlandsche geschiedenis het wonderjaar*). De lente zag de bewoners der zeventien nederlandsche gewesten onder de doodelijke kwelling van godsdienstige onverdraagzaamheid en staatkundige tyrannie. De zomer aanschouwde de hagepreek der heilbegeerigen, en de beeldstormerij der ondragelijk getergden. Een schijn van opstand. De herfst vertoonde andermaal een onderworpen, schynbaar roomscho natie,

') Van Toorenenbergen, a. w., blz. 6.

Sluiten