Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar nu sidderend voor den woedenden toorn van den bigotten landheer.

De oorzaak van dien jammer en dat onwillekeurig verzet was koning Filips II van Spanje, de beheerscher van Indië en Amerika, de heer der Nederlanden. De machtigste vorst van zijn tijd was ook de grootste dweper, en de aartsleugenaar en -bedrieger van zijn eeuw. Sinds de archieven van „het grootste wangedrogt van zijn tijd" *) openlijk uitgegeven zijn 2), ligt de geschiedenis van zijn intiem persoonlijk leven en van zijn rijksbestier in al haar schandelijkheid voor ieders oog. Bijkans al zijn staatsdienaren, ieder die zich met een onwelkom verzoek tot den genadigen heer wendde, misleidde hij onder een schijn van goedwilligheid. Een politiek van huichelarij en logen. Kleinigheden deed de wereldbeheerscher liefst zelf af, belangrijke zaken werden zoodoende soms vertraagd of verzuimd. Vreugde kende zijn zelfzuchtig gemoed niet.

Hier komt natuurlijk slechts één z^jde van zijn karakter, één grondlijn van zijn politiek ter sprake, de wreedheid. Van inborst wellicht reeds wreed van aard, ontzag hij niets en niemand, waar het zijn afgod, den ouden roomschen godsdienst betrof. Filips II had namelijk maar één hartstocht, de kerk van Rome. Over ketters te regeeren was hem een onverdragelijke gedachte. „De keizer was barbaar uit berekening, zijn zoon uit overtuiging".

Het ter dood brengen van een aantal christenen was, 11a zijn zeereis uit Nederland naar Spanje, Gode een dankoffer. In September 1559 heeft Filips, in Biscayen aangekomen, „binnen Sevilien, een ontallicke menichte ghevangenen om de Religie, so mans als vrouwen per-

!) Eene hulp-regtbank bij den bloedraad, door J. J. Altraeijer, vertaald door H. Uden Masman Jr., Meppel 1853, blz. 3.

2) Qachard, Arehives de Siniancas.

Sluiten