Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis der Lutherschen zouden aannemen. Ln de vergaderingen der edelen te Lier en te St. Truien werkten niets uit.

Zoo kwam het, dat de verademing niet lang duurde. „Overmoed en onverstand dreef tot den noodlottigen beeldenstorm, waardoor het Verbond uit één sprong, de Landvoogdes overmagt herwon, het gunstig uitzigt deiHervormden verdween en, aldus, nadat elke poging tot weêrstand was verijdeld, de komst van Alva, ter strafoefening voorbereid werd" 1).

In Augustus 1566 trok eensklaps de beeldenstorm bijkans gelijktijdig de onderscheiden gewesten door. Overal dezelfde gemoedsstemming en, zonder afspraak of overleg, dezelfde handelingen. Algemeen was de haat der Gereformeerden tegen de baaispriesters en de hostie, tegen de papen en den „papengod", den broodgod, waarmee afgoderij gepleegd werd. Beelden en crucifixen, lieve vrouwen en heiligen waren hun een gruwel. Op het voorbeeld der vrome koningen van Juda moest er zuivering geschieden. Door langer oogluiking zou men Gods gericht over het land halen.

Zoo liep dan de uiterste partij der Gereformeerden, maar vooral zoo liep de heffe des volks, in dollen drift te hoop tegen al wat tot dusver als heilig Ivereerd was. Alle sieraden van den roomschen eeredienst werden ontwijd en vernield. De regeering kon niet over troepen beschikken om geweld met geweld te keeren. De meerderheid des volks was afkeerig van de regeering, en bleef besluiteloos en werkeloos.

1) Men raadplege hierover Vraye narration et apologie des choaes passéea au Pays-baa, touchatit le fait de la Religion, en 1 an 156b, par ceus qui font profeaaion de la Religion reformée audit Pays. Sana lieu 1567. Dit zeldzame werkje ia een apologie van den beeldenatorm. Rahlenbeck kent het toe aan Jean Crespin, den geleerden calviniatischen drukker te Genève, die in 1566 te Antwerpen verblijf hield. Zie Bibliophile Beige, XV (1859), p. 362.

Sluiten