Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zegel toch niet zechten. Voorloopig echter stilde zij den storm. En wat nog meer zegt, zij hief het verbond der edelen feitelijk op. Inderdaad, Margaretha's accoord van 23 Augustus was voor haar partij een zeer gelukkige staatsgreep.

Ziender oog liepen, na de beeldstormerij, de zaken der Gereformeerden terug. De partij van orde verklaarde zich tegen hen. De middenstof des volks, tot dusver balanceerende tusschen de twee worstelende partijen, vroeg zich wakker geschud ontsteld af, bij welke partij het voortaan het veiligst zou zijn. Besluitelooze Roomschen werden eensklaps besliste tegenstanders der volksbeweging. Weifelende edelen als Egmont werden vervolgers der beeldstormers, om den weg voor hun verzoening met den koning te banen.

De landvoogdes zelve ontwikkelde ongewone veerkracht, en behaalde gewichtige voordeelen. Reeds den 2den September sloten een aantal steden, Bergen, Kamerijk, Rijssel, Douay, Atrecht, Béthune, een „verdedigend verbond tegen de sectarissen". Vergeefs verzochten de Hervormden aan den koning om vrijheid van godsdienstoefening, daarvoor de kapitale som van drie millioen gulden aanbiedende 1). La requête aux quatre seigneurs, het verzoekschrift aan de vier heeren Hoogstraten, Oranje, Hoorne en Egmont, miste zijn uitwerking. De stad Valenciennes, een van de brandpunten der

1) De opstand is dus niet zes jaar later slechts door Alva's tienden penning teweeg gebracht. Alva schreef in Juli '72 aan Filips: „Voor de vrijheid van geweten zou men hier gewillig den vijfden penning opbrengen". Dus geen geldopstand, rnaar een godsdienstige opstand. Met de feiten in strijd durft een historicus beweren, dat alles ontstond uit een „laaghartige samenspanning van den adel, waarvan Willem van Oranje de sluwe leider was". Aldus M. Koch in zijn Quellen zur Geschichte des Kaisers Maximilian II, vooral II, S. 196 fgg., en in het opzettelijk tot bewijs van zijn leugenstelling uitgegeven geschrift: Untersuchungen iiber die Emporung und den Abfall der Niederlande von Spanien. Leipzig, Voigt und Qünther, 1859.

Sluiten