Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het land. Den 22sten April vertrok ook de prins van Oranje. Meer dan 100,000 vluchtelingen, door den schrik voor Alva's naam, begaven zich naar Engeland, Duitschland en elders. Vóór het einde van April 1567 was de onderwerping algemeen. Wat in langen tijd niet gebeurd was, te Antwerpen kon een verordening tegen de evangelieleer uitgevaardigd worden, en wel van dezen inhoud: „Die eenige oefening der Gereformeerde Religie oefenen, doop, huwelijk, Avondmaal, Psalmen zingen, openbaar gezang in vergaderingen, of begrafenis op andere wijs dan in de Roomsche Kerk, zullen met den galg of met het zwaard gestraft worden".

Voorwaar, het eerste gloren der vrijheidszon in de zeventien Gewesten ging in bloed en vuur en rookdamp onder. „Wachter! wat is er van den nacht? De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht".

Tegen hun overmachtigen landsheer hadden de verdrukte Nederlanders sinds lang naar buitenlandsche hulp omgezien. Van de bedachtzame koningin Elizabeth van Engeland was niet te verwachten, dat zij door het zenden eener vloot Spanje tot den oorlog zou tarten. In Frankrijk woedde herhaaldelijk de godsdienstkrijg, en konden de Hugenooten zich slechts ternauwernood handhaven tegenover de verraderlijke roomsch katholieke partij. Daarentegen was de meerderheid van het duitsche volk evangelisch, schoon luthersch gezind. Een der machtigste duitsche vorsten, Frederik de Godvruchtige, keurvorst van de Palts (1559—1576), had langzamerhand, maar ook zeer beslist, het Lutheranisme voor het Calvinisme uitgeruild. Had hij niet in 1563 een gereformeerd leerboek, den heidelbergschen catechismus, en een gereformeerde kerkorde en reformatie in zijn vorstendom ingevoerd, en ondanks veel tegenspraak en

Sluiten