Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Wurtemberg, en de baatzuchtige paltsgraaf Wolfgang van Tweebruggen, waren op den rijksdag de ijverigste tegenstanders van den keurvorst. Zou dit tweetal de kat den bel aanbinden?

Hun voorloopige poging om Frederik te isoleeren, door hem van de kerkelijke gemeenschap der Evangelischen uit te sluiten, mislukte door zijn tydige aankomst te Augsburg in 't begin der maand April. De evangelische standen des rijks veroorloofden hem, zonder onderteekening eener ultra-luthersche avondmaalsformule een gemeenschappelijk bezwaarschrift aan den keizer mede te onderteekenen.

Zoo brak, na wijdloopige onderhandelingen tusschen de Evangelischen onderling, en fijn gesponnen intrigen ofte kuiperijen van roomsche zijde, de 14de Mei aan, de dag die onzen keurvorst tot een Luther onder de vorsten zou stempelen. Ook nu, evenals in 1521 te Worms, een rijksdag, met een keizer aan 't hoofd. Een van de aanzienlijkste rijksvorsten, niet een eenvoudige monnik, als beschuldigde. Nóg nijpender gevaar, het verlies van keurwaarde en vorstendom. En even onbedwingbare geloofsmoed.

Maximiliaan verzamelde 's morgens vroeg de meerderheid der in Augsburg aanwezige evangelische en roomsche vorsten en standen, onderhield zich met hen „gansch vaderlijk, welmeenend, genadig en vriendelijk", en overreedde hen tegen den keurvorst een decreet uit te vaardigen, waardoor deze verplicht werd, de zoogenaamde calvinistische nieuwigheden in kerken en scholen af te schaffen, meerdere door hem opgeheven gestichten en kloosters te restitueeren, en in 't algemeen zich overeenkomstig den godsdienstvrede te gedragen.

Terstond daarop kwam de rijksmaarschalk Frederik bevelen, voor den keizer te verschijnen. Tot zijn verbazing hoorde de keurvorst in den vollen rijksdag door den ryks vice-kanselier zich het keizerlijk decreet voor-

Sluiten