Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet een zegepraal van Frederik, maar toch zijn uitredding uit onmiddelijk dreigend gevaar te aanschouwen. Groot was de vreugde, waarmee men Frederik Vrijdag vóór Pinkster behouden weder in zijn residentie Heidelberg ontving. Den volgenden dag bereidde de gemeente zich op de genieting van het heilig avondmaal voor. Daar verscheen ook de paltsgraaf in de Heilige-Geestkerk, reikte den prediker Olevianus ten aanschouwen van allen de hand, en vermaande in den dienaar des Woords de gansche gemeente tot dezelfde geloofsvastheid, die hem den vorst bezielde. Daarop nam hij met Johann Casimir en het gansche hof het heilig avondmaal.

„Wanneer het bij het martyrium (het martelaarschap) op de gerechtigheid der zaak, op de zielsstemming, de blijde bereidwilligheid tot lijden aankomt, mogen wij dan niet met recht den heerlijken vorst onder de martelaars van Christus tellen" ? Zoo vraagt de heidelbergsche hoogleeraar Petrus Boquinus in zijn gedachtenisrede op Frederik III. Het antwoord der onpartijdigen kan te geener tijd twijfelachtig zijn').

Barneveld, 1 Mei 1905. F. J. Los.

(Wordt vervolgd.)

') Over Frederik III ben ik uitvoeriger geweest, dan mijn bestek gedoogt. De aantrekkelijkheid der stof sleepte mij mee. Frederik verdient ten volle, bij ons zeer bekend te zijn. Wie geeft ons een nederlandsche bewerking van Kluckhohn's monografie? Kome mijn uitvoerigheid over Frederik III op den rijksdag te Augsburg ten goede aan het recht veratand van het vervolg van dit hoofdstuk.

Sluiten