Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verspreid. Door plakkaten en brieven aan de voornaamste steden trachtte de landvoogdes den invloed der oproerige boekskens, „livrets seditieux", zoo veel mogelijk weg te nemen. Ook werden dergelijke geschriften, op weekmarkten en elders, ijverig onder het volk gestrooid. Een tijdgenoot noemt titels als de uitvaart der mis, de val van Babyion (= Rome), de oude leer des geloofs, benevens verschillende geloofsbelijdenissen van Calvinisten en Martinisten (= Lutherschen), Anabaptisten en anderen.

Tot laatstgenoemden zal ook het Vertoog, in één band met den nieuwen tekst der geloofsbelijdenis verschenen, ten jare 1560 wel behoord hebben. Een vermaanschrift aan overheden en onderdanen. Want de gedurige vermaning aan den keizer tegen „menschelijke voorzichtigheid" en een „hinken op beide zijden" geldt evenzeer al dengenen, die in verzoeking kwamen zich een hulpe te zoeken ,,'t zij Godt lief of leet". Van ter zyde werden nevens den keizer ook do smekelingen zeiven vermaand, „dat se haer wachtten van valsche meeninghen".

Het Vertoog is een classiek, dat is onvergankelijk stuk. Een waardig woord voor een waardige zaak. Een vernietigende aanval op Rome's kerk. Een roerend pleidooi der verdrukten.

De aanhef is een gepaste captatio benevolentiae, een bede om de keizerlijke goedgunstigheid in den vorm eener gelukwensching met zijn regeeringsaanvang. Tevens wordt herinnerd aan het doel waartoe de rijksdag samenkomt, de herstelling der religie. Daarop wordt het voornaamste stuk van het overheidsambt beschreven en uit het Woord Gods bewezen, te weten het bewaren der eerste tafel van Gods geboden en van de zuiverheid deileer. De „schadelijke" meeningen dergenen, die aan de overheid de zorg der religie zoeken te onttrekken, worden uit het Woord Gods wederlegd. Waaruit als slotsom geldt, dat de onwankelbare vreeze Gods het onfeilbare middel is om het duitsche rijk te bevestigen.

Sluiten