Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land en Schotland, theologanten tot het concilie samen te roepen. Bovenal, hij betoogt met nadruk en zeer uitvoerig, hoe onwaar, ja schadelijk en boos het gevoelen dergenen is, die zich beijveren om de koningen en vorsten wijs te maken, dat het hun niet toe komt, zich met de leer en religie te bemoeien. Een in godsdienstzaken neutrale overheid is een onding. De landsregeering moet de valsche leer en godsdienst bedwingen en tegenstaan, en het zuivere evangelie doen verkondigen en beschermen. Dat is haar hoogste goddelijke plicht.

Deze ouderwetsch gereformeerde grondgedachte ontmoetten we reeds eenmaal in 1561, toen de nederlandsche geloovigen hun geloofsbelijdenis aan koning Filips II toezonden, vergezeld van een schrijven waarin het heette: „Het behoort u toe, genadigste Heer! het behoort u toe, kennis dezer zaken te hebben, om u tegen de dwalingen te stellen". Zij wordt nu andermaal, even onomwonden, haast nog krasser, uitgesproken in het Vertoog.

Deze calvinistische leer omtrent ambt en plicht der overheid wordt, gelijk men weet, door onze kerk beleden in artikel 36 onzer confessie. „En hun ambt is niet alleen acht te nemen en te waken over de politie [den staatj, maar ook de hand te houden aan den heiligen kerkendienst: om te weeren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst; om het rijk des Anti-christs te gronde te werpen en het Koninkrijk van Jezus Cristus te bevorderen; het Woord des Evangeliums overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde gelijk Hij in zijn Woord gebiedt".

Deze hervormde grondstelling was ook vóór drie eeuwen niet het gemeengoed van alle anti-roomschen. Prins Willem van Oranje bijvoorbeeld streefde levenslang naar godsdienstvrijheid, naar gelijkheid van alle godsdiensten voor de wet, onder den schuts eener onpartijdige overheid. Hij wilde Rome's leer dulden naast de protestantsche. Het groote beginsel der verdraagzaamheid, gelijk de

Sluiten