Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel noemen de inzenders van het Vertoog zich zeiven „slechte [eenvoudige] ende gheringe luyden,

die met een soo onvercierde ende onlieftalige sprake uwe Majesteyt dorven aenspreken". Maar de spraak maakt hier een geleerd man openbaar. Te Water roemt het Vertoog dan ook zeer, in alle opzichten. Doch hy en vele geschiedschrijvers met hem dwalen, wanneer zij mitsdien het Vertoog voor het werk der nederlandsche edelen of der antwerpsche synode aanzien ').

Kennelijk spreekt in het Vertoog een geleerde, namens vele ongeletterden. Iets wat van ouds te doen gebruikelijk is. Dan blijft het stuk beweren, „wij zijn eenvoudige lieden". Maar dan komen vorm en inhoud bewijzen, dat een wijs man vele simpele lieden diende.

Zoo ook hier. Philips van Marnix heer van St. Aldegonde, als tolk der calvinistische gemeenten te Antwerpen en in de Nederlanden, schreef het Voltoog der Kercken Christi, Die hier ende daer in Nederland verstroyt zyn, ende onder het jock des Antichrists suchten.

Het Vertoog was van een Smeekbrief vergezeld. Smeekbrief Van de Gelovigen in de Nederlanden, Aan de Keyzerlyke Majesteit Maximiliaan, Den tweede van dien Name2).

') Zie over deze algemeene en achtbare dwaling dr. v, Toorenenbergen, blz. 15—20.

2) Evenals het Vertoog bestaat de Smeekbrief, behalve in het nederduitsch, ook in het latijn onder den titel: Libellus supplex Christianorum in Germania Inferiore propter veram religionem afflictorum, Imperatori in Comitiis Augustanis exhibitus. Anno 1566. Twee latijnsche handschriften zijn ons bekend, in de bibliotheek van het Historisch Genootschap te Utrecht, en in het Britsch Museum te Londen Over de nederlandsche vertaling zie blz. 194 aanteekening 1. Waarschijnlijk zijn Oratio en Libellus supplex slechts door de persoonlijke vriendschapsbetrekking tusschen A. Thysius en F. Junius voor ons bewaard gebleven. In het algemeen is trouwens de bede om hulp door de Nederlanders van 1566 tot keizer en rijk gericht, bij de schrijvers over het „jaer van wonder" in het vergeetboek geraakt. Zie dr. van Toorenenbergen, a. w. blz. 8.

Sluiten