Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeft de belgische belijdenis des geloofs Vertoog en Smeekbrief op hun reis naar Augsburg in 1566 vergezeld, om openlijk en officieel mee aangeboden te worden? En was zij te voren op een belgische kruissynode herzien?

Een algemeen verbreide aantrekkelijke traditie beantwoordt beide vragen toestemmend. Maar de historie geeft een tegenovergesteld getuigenis.

Om met de laatste vraag te beginnen, het staat vast dat de beroemde herziening der belijdenis eerst in Mei 1566 plaats greep. Junius in zyn levensbeschrijving spreekt van een synode, „in het begin van Mei gehouden". Daarna werd de herziene tekst naar Genève gezonden om gedrukt te worden. Exemplaren van de herziene confessie kunnen dus eerst in Juni of Juli in ons land voorhanden zijn geweest.

De Smeekbrief daarentegen is reeds „gheschreven ende

ghegheven den eersten dach van April", en werd

met bijbehoorende stukken kort daarop naar Augsburg gezonden. Want den 7den April ving de behandeling der groote belangen in den rijksdag aan. En den 30sten Mei was de vergadering afgeloopen. Want de „Urkunde" van den rijksdag te Augsburg is geteekend den 30sten Mei 1566. Deze „Urkunde" of „Abschiedt" is de oorkonde, die omtrent de samenstelling en de besluiten deirijksvergadering officieel openbaar gemaakt werd '). Doch in Mei kan de herziene geloofsbelijdenis nog niet te Augsburg in handen zyn geweest van wie ook.

1) Te vinden in het Teutsches Reichsarchiv van Lunig, III, S. 115 150. Ook is de Abschiedt in de oorspronkelijke uitgaaf voorhanden in het duitsoh archief te Brussel (Archives du Royaume). De titel is: Abschiedt der Römischen Keyserlichen Maiestatt und Gemeiner Stendt (auff dem Reichsztage zu Augspurg) Anno Doniini MDLXVI aufgericht. Die Röm. Key. Maiestatt Genad und Privilegio in sechs jaren nicht nach zn trucken. Getruckt in der Churfürstlichen stadt Meyntz durch Franciscum Behem. Anno Domini MDLXVI.

Sluiten