Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en strijden ook op den ryksdag van Augsburg in 1566 werkelijk ter tafel gekomen, of' zelfs in de volle vergadering voorgelezen'? Een oud verhaal vermeldt liet. Er pleits niets tegen. Le Long schrijft letterlijk: „Vervolgens is deze Belijdenisse, door eenige Gedeputeerden uit de Geloovigen in de Nederlanden, op den eersten April 1566 aan keizer Maximilianus II op den Rijksdag te Regensburg overgelevert; beneffens eenen Sendtbrief aan Zijn Keizerlijke Majesteit, op den naam van Alle, ende een iegelijk der geener, die begeeren van gantscher herten te gelooven en te leven, naar 't Euangelium des Soons Godts; Geschreven en gegeven in de Nederlanden, den eersten dag van April in 't jaar 1566. Hierbij was: Eene Oratie of Reeden. der Kerken Ghristi, die hier en daar in Nederlandt verstrooit zijn, en onder het jok des Antirhrists zuchten; gedaan aan den Groot-Machtigsten Heere Maximilianus, door de Genaade Godts Roomschen Keizer, altijdt Vermeerder des Rijks, enz. Welke Geschriften ook in de volle Rijks Vergaaderinge gelezen zijn ; dog zonder veel te vorderen: gelijk dit alles nader blijkt, uit de Confessie, Supplicatie en Oratie, 'tzaamen in hetzelve jaar binnen Antwerpen gedrukt; die bij den godtvruchtigen professor Anthonius Thysius konnen nagelezen worden"1).

Wel ontkent dr. van Toorenenbergen terecht, dat de nederlandsche edelen de aanbieding en voorlezing zouden bewerkt hebben. Doch le Long spreekt niet van edelen, maar van eenige Gedeputeerden uit de geloovigen. Werkelijk leerden wij le Clercq als gedeputeerde kennen. Hij kan medestanders gehad hebben. Alleen in zoover moet le Long's bericht verbeterd worden, als het feit

•) Zie het verhaal bij le Long, Kort Verhaal, blz. 107, Baar Thysius, waarmede Trigland, Kerk. Hist., fo. 14Ö, en ook le Petit, Chronique de la Hollande, Tom. II, fo. 92 overeenstemmen.

Sluiten