Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorsten. Zoo werd het hertogdom Cleve reeds in 1567 een veilig toevluchtsoord voor de vervolgden. Hertog Willem van Cleve werd op den rijksdag ta Augsburg door een beroerte getroffen, en dit vooral deed hem besluiten om den nieuwen godsdienst vrijen loop te laten. Hij stelde voor al de evangelisch gezinden en met name ook voor de Hervormden den toegang tot zijn land open. Vele Nederlanders vestigden zich te Cleve, Wesel en Goch. De hertog week niet voor de bedreigingen van Alva. De Hervormden konden immers aanwijzen, dat zij niet in strijd geacht werden met de augsburgsche confessie, die in Duitschland als rechthebbende erkend werd.

Zelfs op Maximiliaan II oefende het gebeurde op den rijksdag van Augsburg merkbaren invloed uit. Het was toch geen geringe zaak, dat de keizer al ras en jaren lang als bemiddelaar tusschen vorst en onderdanen zich aan Filips II aanbood. Hij opende daartoe een den koning ongetwijfeld onwelkome correspondentie. Hij liet niet af, zijn schoonbroeder tot zachtheid jegens de Nederlanders te vermanen, en hem persoonlijke overkomst naar de zeventien Gewesten aan te raden. Voor Egmond en Hoorne, en later voor hun betrekkingen, sprak hij ernstige woorden. Hulp uit Duitschland heeft Alva niet gehad. Des te meer tegenwerking, vooral ook van die in het rijksgebied geworven huurbenden, waarmede Willem van Oranje en Lodewijk van Nassau den krijg tegen Spanje's legerscharen begonnen. Het was niet gering, dat Alva aan Filips van dezen keizer zeggen moest: „Hij bindt uwe Majesteit de handen, en hij duldt dat de protestanten hun verbindtenissen maken M.

De voornaamste uitwerking der poging van 1566 viel

!) „II lie les mams a vot.re Majest^, et il souftïeque les protestants 1'assent leurs ligues". 1570. Bij Koch, Quellen I, S. 262.

Sluiten