Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter bij de verdrukten zeiven te bespeuren 1). De zedelijke winst van den gang naar Augsburg is in den diepsten grond onafhankelijk zelfs van de vervulling of afwijzing der bede om hulp, en is niet licht te overschatten. Tot dusver hadden de nederlandsche kruisgemeenten zich kunnen schuil houden, en des ondanks reeds duizend gevaren moeten trotseeren. Maar de wasdom der gemeenten en de drang der tijden wezen er onmiskenbaar heen, dat de openbare preek en daarmee gepaard veel nijpender gevaar weldra stond te komen. De gansche macht van Staat zou beulenwerk gaan verrichten. Vanwaar zou hulpe komen ? Alleen Duitschland kon hoop en hulp bieden. Doch uitsluitend onder die voorwaarde, dat men van een eigen geloofsovertuiging afstand deed, en in massa luthersch werd. Zoo luidde dan ook oprechte vriendenraad. DJit alleen was staatmanswijsheid. Jaren lang. De plannen van graaf Lodewyk van Nassau en prins Willem van Oranje hielden onveranderlijk in, de nederlandsche Calvinisten de augsburgsche confessie te doen aannemen. Plannen, die jaren lang op tal van samenkomsten met ernst nagestreefd werden.

Daarentegen hadden Neerlands Calvinisten nu vijf jaar geleden de belijdenis des geloofs van Guido de Brés tot hun belijdenis aangenomen. Zij hadden haar in honderde exemplaren, in de fransche en nederduitsche taal, in meerdere herdrukken verspreid, en haar gelezen en herlezen. Ze hadden haar lief gekregen als de zuiverste

1) De notulen der waalsche kruissynode van 16 April 1566 vermelden met geen enkel woord de bede om hulp, tot keizer en rijk gericht. Een behoedzaam stilzwijgen. Vielen de synodale acten den vijanden in handen, waarom zou eon inquisiteur er de namen van Marmx en le Clercq in lezen, benevens hun werkzaamheden met betrekking tot den rijksdag van 1566? De synodale aanteekeningen van dien tijd betreffen steeds uitsluitend het inwendig leven en het be stuur der kerk.

Sluiten