Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geschiedenis der nederlandsche geloofsbelijdenis.

HOOFDSTUK IV.

De nederlandsche geloofsbelijdenis in liet jaar

(Vervolg).

Den eersten Mei 1545 werd in de fransche stad Bourges aan een hervormd edelman, Dénys of Dionysius du Jon, koninklijk raadsheer en luitenant van de marechaussee, een jongsken geboren, dat door de goddelijke Voorzienigheid bestemd was een belangrijke rol te spelen in de hervormingsgeschiedenis van ons vaderland1). De knaap Frangois du Jon was zwak en ziekelijk, de man Franciscus Junius eerzuchtig en schroomvallig. Op dertienjarigen leeftijd begon hij zijn rechtsgeleerde studiën in zijn vaderstad. Twee jaar later legde hij zich te Lyon op de beoefening der classieken toe. De kennismaking met de leer van den heidenschen wijsgeer Epicurus, die de Voorzienigheid ontkende, maakte hem tot een volslagen atheïst. Het gesprek met een boer, die hem vroeg naar het verschil tusschen Roomschen

!) Bronnen: Franc. Junii theol. Leidensis vita ab ipsomet conscripta. Daarvan bestaan nog twee handschriften, waaronder één is van de hand zijner dochter Johanna. Zij bevinden zich op de remonstrantsche bibliotheek van Amsterdam. Met toestemming van den schrijver heelt P. Merula in quarto deze levensbeschrijving uitgegeven te Leiden, 1595. Zij is ook in 1607 afgedrukt te Genève vóór zijn Opera omnia, en in Gerdes, Scrin. Antiq., T. I, p. 201—201. Voorts schrijvers, o. a. Ypeij en Dermout, a. w., deel I, blz. 305 en elders.

Sluiten