Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maand, maar eerst in Juli of Augustus gehouden is!).

Welke leden de Mei-synode van 1566 te Antwerpen geteld heeft, is slechts ten deele vast te stellen. In het Livre Synodal ontbreken de handelingen der synoden van 16 April 1566 tot 8 September '70. Indien wij ze ooit mochten wedervinden, zouden wij toch de namen der leden niet vermeld vinden. Want zoo lang de vervolging duurde, werd geen der leden met name in de acten aangeduid. Dan kon niemand in lijden komen, als de synodale aanteekeningen soms den vijanden in handen vielen.

Ongetwijfeld is Franciscus Junius op de Mei-synode tegenwoordig geweest. Als een der jongsten en bekwaamsten heeft hij waarschijnlijk den dienst van schrijver, secretaris, vervuld. Hij althans was het, die de copy der herziene confessie naar Genève zond. Voorts schrijft hij :

„Toen [ten tijde der huichelachtige moderatie-wetten in' het voorjaar van '66 2] heeft men kennis genomen van het zeer groote gevaar, dat de geloovigen en dus de Kerken in hun geheel bedreigde, en men heeft het op eenige samenkomsten (waarbij ook tweemaal toen ter tijde te Antwerpen Philips Marnix van St. Aldegonde is tegenwoordig geweest) overwogen, en men

1) Volgeii9 dr. van Langeraad moest de Synode .kenbaar maken,

wat nu eigenlijk als geloofsregel der Kalvinisten gold Werkelijk

is door de Synode een stuk (de zoogenaamde verkorte geloofsbelijdenis

van Junius) naar St. Tron gezonden, dat zoo in den smaak der

vergaderde edelen viel, dat zij hulp toezeiden". Ware deze beschouwing juist, dan moest óf de belijdenis van Junius de belijdenis der hervormde kerk zijn geworden, óf een latere synode had haar weer als zoodanig moeten afschaffen. Ik voor mij wensch in een volgend hoofdstuk een andere beschouwing aangaande de verkorte belijdenis van Junius voor te dragen.

2) Zie over die wetten Hooft, boek 3, blz. 76; Wezembeke, a. w., blz. 102 vv.

Sluiten