is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaart ondubbelzinnig: „Men mag ook geener menschen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijken [vergelijken, coraparer 1566] bij de Goddelijke Schrifturen,.... want alle menschen zijn uit zichzelven leugenaars, en ijdeler dan de ijdelheid zelve".

Onze ouden maakten scherp onderscheid tusschen de goddelijke en alle menschelijke schrift. Elk menschengeschrift was feilbaar, gebrekkig, voor verbetering vatbaar. Ook een confessie. Ze mocht dus niet slechts, ze moest gedurig herzien, d. i. getoetst worden aan Gods heilig Woord. Naarmate God door zijn Geest de kerk dieper inleidde in de kennisse van zijn wezen en willen, moest de geloofsleus der kerk een voller en zuiverder klank der waarheid geven. Het cristalliseeren, het jaren en eeuwen onveranderd laten van den tekst der geloofsbelijdenis, was in het oog onzer vaderen een absurditeit, een ongeremdheid.

Stond dus de belijdenis, met de waarheid daarin vervat, op losse schroeven? Verre van dien. Men onderscheidde steeds tusschen een onvergankelijke kern, de substantie d. i. het wezen en de grondslag der leer, en tusschen de formuleering der leer').

De grondslag der leer was onveranderlijk. In den grondslag stemden al de gereformeerde belijdenissen in het wezen der zaak overeen. Het gemeenschappelijke Credo [letterlijk „Ik geloof", vandaar de geloofsbelijdenis, het geloof] was de gereformeerde belijdenis. Het gemeenschappelijke was tevens het onveranderlijke 2).

') Zie Acta Synodi Nat. Dordrechti habitae anno 1618 et 1G19. Sessio 145.

-) Van de overeenstemming tusschen al de gereformeerde belijdenissen getuigt luide het jaar 1581. In Duitschland hadden de ultraLutheranen de tot Calvijn's gevoelens overhellenden, de Philippisten of geestverwanten van Philippus Melanchthon, overwonnen. Zij vierden hun triomf in de Formula Concordiae, de Concordienformel, een schoolsch