is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonnissen, wat men moet gelooven en toestaan, wat verwerpen en condomneeren [veroordeeien]; wat waarheid of leugen, wat rechtzinnig of kettersch is; naardien het niet altijd waarachtig is, dat met de Confessie van eene Kerk accordeert; [o Ursinus! wat zijt ge een kloek getuige der gezonde leer.] Ook is het niet altijd onwaar, dat juist daarmede niet overeenkomt. Zoo behoort men dan niet alleen niet te begeeren, dat alle Kerken het formulier van eene particuliere Kerk zouden onderschrijven, maar daar is zelfs niet ééne Kerk, ja niet één particulier persoon, die aan zoodanige Formulieren verbonden, of daarbij te blijven gehouden is, anders dan met deze conditie: voor zooveel zij met de H. Schrift en de algemeene Symbolen overeenkomen. En daarom zijn dezelve Formulieren onderworpen aan het oordeel en de censure niet alleen van andere Kerken, maar ook van die Kerken, die de Formulieren hebben uitgegeven, mitsgaders van diegenen, die in dezelve Kerken leven en leeren; om, indien in dezelve eenige foute mocht bevonden worden, die te hooren, kennis daarvan te nemen en te examineeren. En indien iets verbetering van doen te hebben bevonden wierd, dat het met gemeene toestemming en met dezelve autoriteit der Kerk, waarmede het gesteld is, verbeterd of verklaard worde" J).

Het revideeren, het herzien der belijdenis des geloofs op synoden bleef sedert 1566 ten onzent gebruikelyk. Doch in den gezonden zin. Geest en hoofdzaak, karakter en beginsel der confessie bleven onaantastbaar. Er werd gestreefd naar ontwikkeling in dezelfde lijn, niet naar overgaan in een ander spoor. Men las dan ook by den

1) 1 rsini Opera 1012, fol. 542. De libro Concordiae quem vocant admonitio christiana. Deze Admonitio is „scripta et approbata a 1 heologia et Ministris Rcclesiarum in ditione 111. Principis Joh. Casimiri Palatini ad Rhenum", Kdita 1581.