Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Apostolische schriften, aan dewelcke wij deselve Confessie houden altijdt te zijn examinabel. Kan yemant ons overtuyghen datse in eenigh poinct afwijckt van Godes "YVoordt, wy sullen dat poinct laten varen ; meer en mach men ons niet afeyschen. Dat wij die, sonder reden uyt Gods "Woort gehoort te hebben, souden moeten laten varen om oenen libertijnschen loskop, houden wy onbillyck te wesen"!).

De remonstrantsche geschiedschrijver Johannes Uytenbogaert week van waarheid en historie verre af, toen hij om het gezag der belijdenis te knakken schrijven dorst: „Zonder dat men evenwel in de Acten deeses Synodi [Nationaal te Middelburg 1581] vint, dat de Confessie der Nederlantscher Kerke, oft eenig van de zeven en dertig Artyklen derzelver, in 't zelve Synodus zy gerevideert, of (dat men ook niet weet in eenigen Synodo te vooren geschiet te zyn) aen Godes woort behoorlyk geexamineert" 2). Nu de revisie niet in remonstrantschen geest geschied is, heet zij eenvoudig niet geschied. De geschiedenis van het jaar 1566 is daar, om Uytenbogaert te logenstraffen.

De revisie, de herziening van onze belijdenis des geloofs in het 1566 is van uitnemend gewicht. Ze greep zóó diep in, dat dr. van Toorenenbergen haar „een nieuwe bewerking" der belijdenis noemt. Haar hoog belang blijkt ook hieruit, dat onze belijdenis toen, ten jare 1566, haar nog altyd geldenden vorm bekwam.

Dat kan niemand bevreemden zoo men opmerkt, dat vóór 1566 van elkander plaatselijk gescheiden leeraren de confessie goedgekeurd en aanvaard hadden, en dat verschillende synoden aan haar niet die aandacht hadden kunnen wijden, die het belang der kerk eischte.

!) Kerkel. Geschiedenissen, fo. 169. 2) Kerkel. hist., deel III, blz. 212.

Sluiten