Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat van het haagsche exemplaar. Het staat tot den druk van Fick van 1855 als 16,5 X 11,5 tot 13,8 X 9, 3. De tekst is dezelfde, de titel is aanmerkelijk gewijzigd. Behalve de woorden: „Confession de foy Faicte d'un comraun acuord etc" bevat hij de opgaaf: „Avec une Remonstrance aux Magistrats de Flandres, Braban, Hainault, Artois, Chastelance de 1'Isle, et autres regions circonvoisines". Dan volgt een klein fleuron, maar zonder vinjet, ook zonder den tekst uit 1 Petrus III, en dan het jaartal M. D. LXI. Het geheel is groot 45 bladzijden en 2 bladzijden wit, verdeeld als volgt: Titelblad, op keerzijde het Sonnet, 6 bladzijden met den brief aan Filips, 31 bladzijden met de confessie, enz. Daarentegen telt het haagsche exemplaar 60 bladzijden, waaronder één witte. Professor Fruin vermoedt, op grond van de uitbreiding van den titel en het typografisch ensemble van „het brusselsch exemplaar", dat het haagsche exemplaar den oudsten druk der twee vertegenwoordigt.

Zoo zijn ons dus twee fransche uitgaven der belgische confessie bekend, beiden van het jaar 1561. De vermoedelijk oudste is „het haagsche exemplaar," door Jonkheer Trip van Zoudtland in 1855 en door dr. J. J. van Toorenenbergen in 1861 uitgegeven. De andere is „liet brusselsehe exemplaar", in 1864 in het bezit van den heer Chalon te Brussel en door professor Fruin uitvoerig beschreven. Beider tekst is dezelfde. Dit is derhalve de fransche tekst, waarvan de Mei-synode van 1566 te Antwerpen zich bediend heeft.

Wel blijft het bevreemden, dat, terwijl in één jaar 1561 twee fransche drukken verschenen, ons uit de vijf volgende jaren tot Mei '66 geen nieuwe fransche uitgave bekend is. Doch een derde uitgave kan bestaan hebben, en spoorloos verdwenen zyn. En het bevreemdende feit zelve laat zich gevoegelijk verklaren uit de omstandigheid, dat juist in dat vijftal jaren de leiding der Hervormden overging van het fransch sprekende

Sluiten