Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Mei-synode van Antwerpen 1566 kan dus vijf uitgaven der confessie gebruikt hebben, om den tekst der confessie opnieuw vast te stellen. Twee fransche uitgaven, beiden van 1561, die denzelfden tekst bevatten. En drie nederlandsche vertalingen, van 1562, '63 en '64, met van het origineel en onderling afwijkende lezingen.

De meeste gereformeerde predikanten kwamen omstreeks 1566 van uit Frankrijk ons land binnen. Zij zullen beter fransch dan vlaamsch gekend hebben. Daardoor verklaart zich het feit, dat de synode van 1566, schoon in het vlaamsche Antwerpen vergaderd, enkel den franschen tekst herzag. Of zij van de nederlandsche vertalingen wel gebruik gemaakt heeft, valt zelfs moeielijk te bewijzen.

Een duitsche vertaling der confessie moet reeds in 1563 te Heidelberg zijn verschenen ') De talrijke Nederlanders in de Palts en elders in Duitschland, die zeiven of wier kinderen hun moedertaal afleerden, kunnen zich van haar bediend hebben. Trigland zegt, die vertaling gezien te hebben2). Uit het jaar 1566 is ons deze titel bekend: Bekantnus Christlickes Glaubens, der Niderlandischen Kirchen, so in Flandern vnd Brabant,

das Euangelium einhelliglich angenomen. Aus Irer

Sprach trewlich verteutscht. Heidelberg, J. Mayer, 1566, pet. in 8° 3).

In ons vorig stuk verklaarde het "Vertoog, dat „onze

Fol. 176 reg. 15 v. o. loochenen loochenenen loochenen Fol. 186 reg. 12 v. b. weerdich weerdige weerdich

Fol. 206 reg. 9 v. b. leuen te leven levende

Fol. 26 reg. 10 v. b. onsewtwendighe onsen wtwendigen onse xvtwen-

[dighe

!) Dr. v. Langeraad, a. w., blz. 155.

2) Kerkelijke Geschiedenissen, 1C50, fol. 143.

3) In de Bibliographische Adversaria, Dl. I, blz. 22, No. 8, 'sGravenhage, M. Nijholl', 1873.

Sluiten