Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oecumenische concilie van Trente, dat is in de officieele oorkonde der roomsche kerkleer, leest ge onder het opschrift „Vijfde zitting. Besluit over de erfzonde" de volgende verklaring: „Indien iemand ontkent, dat door de genade onzes Heeren Jezus Christus, welke in den doop aangebracht wordt, de schuld der erfzonde vergeven wordt, of ook beweert, dat geheel en al datgene, dat de ware en eigenlijke natuur der zonde uitmaakt, niet weggenomen wordt, maar zegt dat dat slechts gezuiverd of niet toegerekend wordt, die zij vervloekt. Want in wedergeborenen haat God niets" l). Hier hebt ge dus de belijdenis, dat de genade in den doop aangebracht wordt, dat de doopgenade de schuld der erfzonde wegneemt, dat zij tevens ook de eigenlijke zonde zelve wegneemt, en dat zij met wedergeboorte steeds gepaard gaat. Een allernauwst verband tusschen de schuld der erfzonde, ja tusschen de zonde in haar geheel eenerzijds, en tusschen den doop die onmisbaar is en deze beiden wegneemt anderzijds. Daar tegenover stelde onze oudste belijdenis kortweg: „De erfzonde wordt ook door den

doop niet weggenomen, al wordt ze den kinderen

Gods ter verdoemenis niet toegerekend". O zoo sober wordt hier beleden: De doop verandert aan de erfzonde niets, de erfschuld wordt den kinderen Gods vergeven. Over de gevolgen der erfzonde in ons wordt hier ter plaatse nog gezwegen.

In de „Zesde zitting. Besluit over de rechtvaardiging" leest ge in hoofdstuk VII „Wat zij de rechtvaardiging

1) Canones et decreta sacrosancti oecumenici Concilii Tridentini sub Paulo III. Iulio III. et Pio IV. Pontificibus Maximis. Cum patrum subscriptionibus. Editio secunda stereotypa. Lipsiae 1842. Sessio quinta. Decretum de peccato originali. p, 20: Si quis per Jesu Christi Domiui nostri gratiam, quae iu baptismate conlertur, reatum origiualis peccati remitti uegat, aut etiam asserit, nou tolIi totum id, quod verarn et propiiam peccati rationem habet, sed illud dicit tautum radi aut non imputai'i: anathema sit. In renatis enim nihil odit Deus.

Sluiten