Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkleer aan den doop overdreven waarde toekent. Volgens haar gaat de doopgenade altijd gepaard met de wedergeboorte, en neemt zoowel de erfschuld als alle eigenlijk gezegde zonde weg. Een krachtig protest daartegen bevatte onze belijdenis van 1561 in het woord: „[De erfzonde] en wert oock door de doope [de doop] niet wech ghenomen".

Deze zinsnede van artikel 15 is ook gekeerd tegen de luthersche kerkleer. Zij stemt op dit punt met de roomsche kerkleer tamelijk wel overeen. De lezer oordeele. Het „Monument van het driehonderdjarig bestaan der onveranderde Augsburgsche Geloofsbelijdenis opgedragen aan allen die derzeive zijn toegedaan door Sander en Compie. steendrukkers en uitgevers te Haarlem 1830" is een standaarduitgave in hollandsche vertaling van de belijdenis der luthersche kerk. Van de „Artikelen des geloofs en der leer handelt artikel 2 „Van de erfzonde". Daar leest ge: „Verder wordt bij ons geleerd,.... dat deze, door geboorte overgeërfde, ongesteldheid [en erfzonde] waarachtig zondig is, en wij gelooven dat God in eeuwigheid afkeerig blijven moet van hen, in wie niet, door den Doop en den heiligen Geest, een nieuw geestelijk leven zal ontstaan zijn". In artikel 9, „Van den heiligen Doop", heet het: „Wij houden den Doop, als eene aanbieding dei genade, voor noodzakelijk, en gelooven, dat men ook de kinderen doopen moet, die door den Doop aan God opgedragen en hem aangenaam worden". Artikel 12, „Van de boete", vangt aldus aan: „Wij leeren dat voor hen, die na het ontvangen van den Doop gezondigd

ditam esse, perspicuum est. Sanctus enim Augustinus in libro, quem tle Baptismo parvulorum conscripsit, ita testatur: „Gene,ante carne tantum contrahitur peccatum, regenerante aute.n spirit» non solum originaliu.n, sed etiam voluntanorum peeeatorum fit lemissio". Et sanctus llieronvcrimina" '' ->0m,lia". ">1»". > baptismate oondonat. sunt

Sluiten