Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juiste waarde door te bedenken, dat niet minder dan 145 wijzigingen in den tekst der confessie zijn aangebracht.

Zegge 145 wijzigingen! Hoe vaak en hoe lang heeft men niet van dit getal de twee laatste cijfers in gedachten geschrapt. Zoo werden de drie eerste regels van artikel 9, door de synode toegevoegd, als de bijna eenige noemenswaardige verandering in de geloofsbelijdenis aangewezen door G. H. M. Delprat in 1865 '). Volgens dezen geleerde „schijnt de Belijdenis in 1566 en zelfs vroeger deze en eenige minder duidelijk sprekende verbeteringen te hebben ondergaan". Zoo schreef de fransche biograaf van de Bres, Daniël Ollier, nog in 1883: „Junius heeft de geloofsbelijdenis wat de taal betreft verbeterd, en het zestiende artikel afgekort" 2). De synode heeft veel, veel dieper ingegrepen dan de traditioneele voorstelling waant.

Bovendien willen we tweeërlei niet vergeten.

Vooreerst dat minder kundige leidslieden als Guido de Brés onder zeer ongunstige omstandigheden, met bekwamen spoed waarschijnlijk, de belijdenis in 1561 hebben opgesteld. En dat kundiger vóórmannen als Marnix en Saravia, in gunstiger tijdsgewricht en kennelijk na veel wikken en wegen, de confessie in 1566 hebben herzien. Vandaar het groot aantal wijzigingen.

En ten andere, dat de confessie in 1561 streng calvinistisch werd opgesteld. Maar dat zij in 1566 hier en daar wat milder calvinistisch werd geformuleerd. Een verandering ten gunste der catholiciteit. Misschien een blijk van den invloed van Junius, een zeer irenisch man.

Vergelijking heeft mij geleerd, dat de herziening in 1566 niet naar de fransche belijdenis als voorbeeld heeft plaats gehad. Blijkbaar is men zelfstandig zijn weg gegaan.

Het hoog belang der revisie van 1566 hebben tijdgenoot

1) Iii De Gids van Mei 1805, blz. 396.

2) Guy de Brés, Paris 1883, p. 159.

Sluiten