Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en nazaat erkend, door de belgische confessie voortaan wel met een nieuwen naam te noemen. La confession d'Anvers, de belijdenisse des geloofs van Antwerpen.

Zoo was dan nu, zeker pas na meerdere zittingen, het groote werk der synode van Antwerpen in 1566 gelukkiglijk volbracht. De belijdenis was herzien. Junius verhaalt, dat hij haar vervolgens naar de broederen te Genève gezonden heeft, „opdat zij haar, door hen goedgekeurd zijnde, zouden laten drukken, zoo het nuttig scheen, en dit ons werk met gebeden Gode zouden bevelen" ')•

Junius, als die den broeders te Genève het naast stond en als scriba der synode, moest dus door Beza een afschrift der confessie ter goedkeuring aan die van Genève zenden. Ongelukkig wordt van de behandeling dezer zaak te Genève elk spoor gemist, wat geweten moet worden aan de slordigheid van Nicolas Colladon. Zoolang Colladon scriba der „Compagnie des Pasteurs" was, verzuimde deze het houden van behoorlijke notulen. Na zijn aftreden in 1571 worden dezen eerst bruikbaar. Toch weten we van elders, wat de Genevensers in November antwoordden. Wanneer deze belijdenis eerst nu moest worden opgesteld, dan zouden zij haar noodzakelijkheid ontkennen. Wijl zij echter reeds openbaar gemaakt was, zoo konden zij haar, als den Woorde Gods conform, hun goedkeuring niet onthouden 2).

Deze goedkeuring besliste niet over het zijn of het niet zijn der confessie. Ze was eenvoudig een typisch 16i,e eeuwsche handeling. Bij de uitgave van een boek of een

1) Abr. Kuyperus, 1.1., p. 26. „ut a se probatam excudi sinerent, si \ideretur utile, et institutum illud nostrum Deo precibus cominendarent."

2) Handschrift!. Nachrichten des Prof. Mattli. Nethenus im ehem. Ilerborner Hohesehularchive.

Sluiten