Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Belydenisse des gheloofs. Ghemaeckt met een ghemeyn accooort door de gheloouighe, die in de Nederlanden ouer al verstroyt zijn, de welcke na de suyuerheyt enz. De editie van '66 noemt zich: „Bekentenisse of Belijdenisse des Gheloofs. Int gemeyn, ende eendrachtelicken van den Gheloouighen, die in de Nederlanden ouer al verstroyt zijn, ende nade suyuerheyt des heyligen Euangeliums ons Heeren Jesu Christi begheeren te leuen". Uitsluitend de tekst van '66 heeft dan, met kleineren letter: „Met eenen Sendtbrief, aen de Conincklijke Maiestyt ende een vermaninghe tot de Ouerheyt". Daaronder staat met grooten letter, in den druk van '62: 1 Petri iij; in dien van '66: 1 Petri 3. v. 15. Beiden bevatten dan dien tekst voluit. „Syt altyd bereydt ter verantwoordinghe, eenen yeghelicken, die van v reeckenschap begheert, vander hope die in v is". Aan den voet der titelbladzijde leest ge, in de uitgave van 1562: „Ghedruckt inden Jaar ons Heeren Jesu Christi: M. D. ende LX ij"; in die van '66: „Ghedruct, Anno 1566".

Op de keerzijde van het titelblad prijkt bij beiden het sonnet van 20 regels aan de rechters, een bede om gehoor op rijm. Daarop volgt de Sendtbrief der geloovigen aan koning Filips. Voorts zijn vijf teksten afgedrukt, „Sommighe plaetsen des Nieuwen Testaments, door welcke alle Gheloouige vermaent worden, belijdenisse haers gheloofs voor den menschen te gheuen." De tekst van '62 vermeldt enkel de desbetreffende hoofdstukken des bijbels, die van '66 ook de verzen. Eerstgenoemde vervolgt met „Warachtige Christelicke. Belijdenisse. Inhoudende" enz., laatstgenoemde met „Warachtighe Christelijcke bekentenisse, oft Belijdenisse des Gheloofs. Inhoudende de eewighe salicheyt der sielen." De editie van 62 zet boven artikel 1 het opschrift „Het eerste Artikel", boven de volgende artikelen de romeinsche cijfers II, III, enz. Die van '66 schrijft „Het eerste Artijckel, Het. ij. Artijckel, Het. iij. Artijckel" enz.

Sluiten