Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zeer aannemelijke aanduiding. Toen Guido de Brés, om die van Genève te behagen, zijn 37 artikelen van 1559 tot '61 terughield, was het deze bekwame predikant van Embden, die niet te vergeefs bij de Brés op de uitgave aandrong. Dit kan bijzondere belangstelling voor de confessie bij van Wingen gewekt hebben, en kan hem lust en een zeker recht geschonken hebben om haar te vertalen.

Hoe dit zij, de bewijskracht van het brusselsch boekje voor het vertalerschap van van Wingen is vrij gering. Wat op het titelblad geschreven staat, is de meening van een onbekende, die op zijn vroegst in 1723, en dus bijna twee eeuwen na 1566 leefde. En dat „G. van Wing" op den rug van het boekxken is minstens 28 jaar jonger dan het boekje zelf, kan dus even goed traditie als historie vertegenwoordigen. Want achter de belijdenis is mede ingebonden „Een Cronijck boecxken, Waer inne beschreuen is den gantsclien troubel dese onser Nederlanden, Hoe die den Krijch by na achtentwintich Jaren lanck teghen den Coninck van Spaignien geuoert hebben, ende vande geluckige victorie die God Hollandt, Zeelandt ende Vrieslant dese voorleden Jaren, rijckelick ghegheuen heeft." Naar dezen titel zijn vier folio-bladzijden, in kreupelrijm, bedrukt met een zeer kort historisch resumee van de jaren '66 tot '93. Er volgen nog twee dozijn onbeschreven blaadjes. Bewijzen genoeg, dat het bandje niet oorspronkelijk tot het boekje behoorde, maar op zijn vroegst in 1593 aangebracht werd. Maar daardoor geldt dat „G. van Wing" op den omslag niet als de uitspraak van den uitgever in 1566, maar als de meening van een onbekende in 1593 of later. Het kroniekje mist een jaartal.

Om tot de zaak waar het om gaat terug te keeren, in het brusselsch exemplaar bezitten we dus een vierde hollandsche editie der confessie, uit het belangrijke jaar 1566 nog wel. Doch, heel vreemd, nog met de oude, ongewij-

Sluiten