Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vergadering der edelen te Sint Truyen was reeds midden Juli begonnen. Tegen het einde dier maand moest de synode te Antwerpen zich zeer bespoedigen, wilde zij niet te laat komen. Een reden te meer, om den duur der synodale vergadering en de lengte der confessie zoo veel mogelijk te bekorten.

Junius is in de geschiedenis, wellicht om zijn vredelievendheid, wat de Romeinen heetten een geliefd persoon. Geheel ten onrechte, naar wij in het voorgaand hoofdstuk zagen, draagt de overlevering hem de eer op van de herziening der geloofsbelijdenis op de Mei-synode van Antwerpen 1566. Even onjuist spreekt Brandt'),

door velen!) gevolgd, van een „korte geloofsbelydenisse

door Junius t'samengestelt". Junius zelf kent zich het auteurschap niet toe. Hij noemt geen enkelen naam. Zou hij, de man met het eerzuchtig karakter, zoo weinig lust tot het bijwonen der vergadering te Sint Truyen en tot het indienen der belijdenis gehad hebben, indien hij zelf haar auteur was geweest? Zijn levensbeschrijver verklaart voorzichtig3): „Of hij [Junius] de hand heeft gehad in de opstelling van de „korte schriftuurlijke Geloofsbelydenisse", is geheel en al onzeker". Bewijzen genoeg, dat de synode als zoodanig de korte geloofsbelijdenis „van Junius" vervaardigde.

„Uitdrukkelijke Schriftuurwoorden" zouden ditmaal het gevoelen der gereformeerde kerk van België uitdrukken. Kenmerkend gereformeerd. „Den Bijbel als het Woord Gods erkennen" is één van de twee grondbeginselen, is het formeele hoofdbeginsel der gereformeerde kerk. Sprak Luther het uit: „Niets tegen de Schrift", Calvijn formuleerde scherper nog: „Niets dan naar de Schrift". Bovendien

1) Deel I, blz. 337.

2) O. a. dr. v. Langeraad, a. w. blz. 139. „Kleine geloofsbelijdenis door Junius vervaardigd".

3) Dr. J. Reitsma, a. w. blz. 84.

Sluiten