Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is geen boek zoo wonderbaar duidelijk en doorzichtig als het goddelijke boek. De vergadering der edelen zou de taal der apostelen en profeten het gemakkelijkst verstaan. En voor het gezag van Gods getuigenis zou het luthersch, misschien zelfs het roomsch gemoed, zich eerbiedig buigen. Een politieke handigheid van een politieke synode, die „uitdrukkelijke Schriftuurplaatsen".

De keus der afgevaardigden naar Sint Truyen was mede een zeer gelukkige. Twee edelen onder de predikanten werden gezonden naar de vergadering der edelen. En die twee, door hun verschillend karakter, vulden elkander als 't ware aan. De la Grange zou door zijn vurige welsprekendheid, Junius door zijn jeugd en bescheidenheid de verbondenen gunstig stemmen.

Zoo zien wij ze dan, natuurlijk voorzien van den onmisbaren geuzenpenning, einde Juli op reis gaan. Helaas! de zending mislukte. Omdat de beide zendelingen aanvankelijk verzochten niet in aanmerking te komen, en schoorvoetende op reis zullen gegaan zijn? Omdat de vergadering in wilde beraadslagingen verliep? Junius vermeldt een andere, zeer aannemelijke reden. „Zeker iemand' mengde zich te kwader ure in de zaak.

Wellicht is graaf Lodewijk van Nassau die „iemand" geweest, die het doel der zending verijdelde1)- Het moet in ieder geval een hooggeplaatst of een bij Junius geliefd persoon zijn geweest, wijl Junius jaren nadien zijn naam nog eerbiedig verzwijgt. Nu was graaf Lodewijk, met heer Hendrik van Brederode, de leidsman der vergaderden te Sint Truyen. Zijn broeder Willem oefende sterken invloed op hem uit. De man van orde had juist in deze dagen aan zijn stijfzinnigen lutherschen broeder geschreven, dat hij zich niet „met de woelgeesten [de Calvinisten] moest inlaten" 2). Ook wendden na afloop der vergadering

1) Aldus di'. Bakhuizen v. d. Brink, Gids 1845, blz. 3i9. En dr. Reitsma a. w. blz. 52—54.

2) Mr. G. Groen v. Prinsterer, Archives T. II, p. 157 s.

Sluiten