Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Sint Truyen Lodewijk en eenige andere edelen zich tot de Hervormden van Antwerpen, Doornik en Valencijn, en verzochten hen de augsburgsche confessie aan te nemen1). Zoo kan dus de invloedrijke graaf Lodewijk, met zijn luthersch-duitsche plannen, het voornemen der Gereformeerden op de bijeenkomst te Sint Truyen wel verhinderd hebben.

„Het is zelfs zeer waarschijnlijk, dat de beide afgevaardigden de „korte belydenisse" niet hebben overhandigd, wijl in een zoo onstuimige vergadering toch niets van belang was uit te richten". Ieder gevoelt, dat deze onderstelling9) veel te ver gaat. Er ware niet „ontijdige tusschenkomst van zeker iemand" te betreuren geweest, als de deputaten zich hadden stil gehouden. Trouwens, stilzitten lag niet in den aard van den vurigen de la Grange. Mede aan het openlijk optreden der Gereformeerden met een eigen confessie was het toe te schrijven, dat de vergadering van Sint Truyen aan de Hervormden en Lutheranen bescherming toezeide.

De hulp der vergadering inroepen, dat was juist het doel, hetwelk de beide afgevaardigden der synode hadden te beoogen. Nu die hulp beloofd werd, hoe kon Junius nochthans diep ontmoedigd schrijven: „wij werkten niets uit". Wellicht is dit de oplossing. Junius, de consequente Calvinist, kon geen heil verwachten van een allegaartje, een vergadering van libertijnsche en calvijnsche, van luthersche en roomsche edelen. De aanblik der woelige menigte staafde zijn somber vermoeden. De vage bewoordingen, waarin hulp werd toegezegd, vermochten zijn wantrouwen niet weg te nemen. En jaren nadien, bij het opstellen zijner levensbeschrijving, scheen hem de gang

1) Brandt, I blz. 398. Dr. P. J. Blok, Correspondentie van en betredende Lodewijk van Nassau, in Werken van het Historisch Genootschap te Utrecht, nieuwe serie 110. 47. Utrecht 1887. Bh.. 30 vv., zijn brief aan landgraaf Wilhelm van Hessen.

2) Van dr. Reitsma, a. w. blz. 53.

Sluiten