Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Corte Belydinghe vertegenwoordigd, was ook volgens dezen historicus, wat ik in hoofdstuk III noemde „een wegstervende richting". Immers niet Zwingli of Bullinger, maar Calvijp heeft zijn stempel op ons volk gezet.

Vruchteloos heb ik getracht er aanwijzingen voor te vinden, dat de Corte Belydinghe de leer van Zwingli en Bullinger vertegenwoordigt. Wat eerstgenoemde betreft, het is bekend dat vooral de avondmaalsleer de drie hervormers scheidde. Zwingli achtte brood en wijn nuda signa, bloote teekenen van 's Heeren lijden, en sprak van een gedachtenismaaltijd, meer niet. Een koud verstandelijke opvatting. Luther leerde de consubstantiatie, medewezendheid, en meende dat Christus' eigenlijk lichaam en bloed in, met, en onder de teekenen van brood en wijn genoten werd. Luther at brood en vleesch, en dronk wijn en bloed. Een zinnelijke, vrij roomsche voorstelling. Calvijn stelde, in tegenspraak met Zwingli, dat wel degelijk het eigenlijke lichaam en bloed des Heeren in onze zielen ontvangen wordt. Geen bloote teekenen. Maar, in tegenstelling met Luther, dat de wijze waarop we die nuttigen, voor ons onbegrijpelijk is; zij geschiedt door den geest en door het geloof. Een mystieke, principieel anti-roomsche, zoo veel mogelijk geestelijke voorstelling van de tegenwoordigheid en de werking onzes Heeren aan de tafel zijner liefde.

Aan geen der drie reformatorische grondleeringen lees ik voor mij een duidelijke herinnering in de Corte Belydinghe. In artikel 8, onder meer handelende Van de H. Sacramenten, wordt Zwingli's avondmaalsleer beslist afgewezen. „Het welcke wij niet en segghen, dat alleenlick bloote Teeckenen zijn". En artikel 10, Van Christi H. Nachtmael, klinkt óf zuiver bijbelsch, óf zoo eenvoudig, dat het buiten alle leergeschillen omgaat. De lezer oordeele. „Dat hierin [brood on wijn] beteeckent word, is de ghemeynschap des warachtigen lyfs ende bloets

Sluiten