Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het boeksken is een kleine 12° uitgaaf van 23 folio bladzijden, en telt 24 hoofdstukken'). Kort vóór zijn vroegtijdigen dood, ik vermoed nog in 1566, bezorgde Wessels den eersten druk zijner Wederlegging. De tweede verscheen in 1567, na zijn afsterven op 44jarigen leeftijd 3).

Hessels' strijdschrift strekt hem tot eer. De roomsche professor, in dat ruwe veel bewogen tijdsgewricht, blijkt een edel mensch te zijn geweest. Nergens een bitsche of spotachtige uitval tegen persoon of leer zijner tegenstanders. „Die belijdenis, de meesters van die belijdenis, het mishaagt grootelijks in die belijdenis," meer leest ge niet.

Voorts weet Zijn hooggeleerde de Heilige Schrift handig in zijn voordeel te doen spreken. Belangwekkend voor een Protestant.

Ook blijken de kerkvaders, door hem veelvuldig aangehaald, zich vaak dubbelzinnig te hebben uitgedrukt. Het kerkbederf is ouder en geweldiger dan ik oorspronkelijk dacht.

Eerst in hoofdstuk 7 komt Hessels tot wat hem hoofdzaak is, het misoffer. Toch is het voorafgaande niet zonder belang. Al dadelijk pakt u dat handige begin. „Dat die Corte Belydinghe dadelijk in den aanhef de

Juravit dominus et non poenitebit eum, tu es sacerdos in aeternum secundum ordinem Melchisedeck. 1 Corinth. 11. Quotiescunque manducabitis panem bunc, et calicem bibetis, mortem Domini annuntiabitis donec veniat. Secunda editio. Lovanii. Apud Ioannem Bogardum, Sub Biblijs Aureis. Anno 1567. Cum Gratia et Privilegio Regis ad sexennium.

1) Op de keerzijde van het titelblad prijkt de lievelingstekst van Hessels, Mal. 1:11, voluit geschreven. Benevens citaten van Irenaeus, Cyprianus en Leo. Dan volgt Confutatio cujusdam haereticae confessionis teutonicae nuper emissae, in qua inter caetera praecipue ostenditur ex Scripturis Sanctis et veteribus Ecclesiae Doctoribus, Eucharistiam esse sacrificium propitiatorium.

2) Eigendom van de bibliotheek der leidsche hoogeschool, en daaruit mij vriendelijk ter leen afgestaan.

Sluiten