Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt, dan zij naar hun oorspronkelijken aard en bestemming zijn.

De belijdenis zondigt tegen het eerste artikel dei algemeene geloofsbelijdenis, het geloof in een almachtig God. Zij volgt Psalm 77 [78: 19 en 20] na, en de Capernaïeten (Joh. 6:52). Volgen wij liever na het geloof der zalige Maria. Zalig is zij die geloofd heeft (Luk. I). Geen ding is bij God onmogelijk. Hij die maken kan dat <een kameel gaat door het oog van een naald (Matth. XL ), Hij is getrouw en waarachtig in al zijn woorden, of wij ze verstaan of niet. Terecht zegt Augustinus'): Het geheele beleid der zaak, is de almacht van den handelenden persoon. Maar de meesters dezer belijdenis leggen deze zeer duidelijke woorden van Christus „Dit is mijn lichaam", als waren ze overdrachtelijk gesproken, aldus onwaar uit: Dit is een teeken of figuur van mijn lichaam

(hoofdstuk 18).

Iets anders onverdragelijks is, dat die belijdenis omdragen der eucharistie afgoderij noemt, wijl Christus niet gezegd heeft: „Sluit dat brood op, en aanbid het , maar: „Neemt, eet, en deelt het onder ulieden Artikel 13 der Corte Belydinghe, „Van het omdraghen des Go s , vindt voor een goed deel zijn verklaring in wat de hoogleeraar W. Moll in zijn prachtige monografie „Angelus Merula, de hervormer en martelaar des geloots ,

verhaalt *). , n

Omstreeks het midden der zestiende eeuw was er, op den dag der Liersche kerkmis, een zeer beroemde jaarlijksche omgang van de Lier naar Delft met een groot beeld van St. Joris. Het beeld werd in staatsie voortgedragen tot aan de Waterslootsche poort deistad, die men gesloten vond. Daar begon de schaar uit

1) Tota ratio facti, est omnipotentia facientis. „»inof,

2) W. Moll, Angelus Merula, de hervormer en martelaar des gelo ,

1530—1557. Amsterdam 1851, blz. 89.

Sluiten