Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 24 te zingen: „haalt, o "Vorsten! uwe poorten op, en gij, o eeuwige poorten! gaat open, en de Vorst der heerlijkheid zal binnen komen". Nu ging de poort open; de processie kwam binnen de stad, trok haar onder grooten toeloop door, en verliet haar weder door dezelfde poort.

Wat in de Lier met een beeld plaats greep, geschiedde overal elders met de gewijde hostie. De geconsacreerde ouwel werd neergelegd in een prachtig vertoonkastje van goud of zilver, met edelgesteenten rijk versierd en aan de voorzijde van een glazen plaatje voorzien, in den zoogenaamden monstrans of vertooner. De Godmensch in eene doos (Deus in pyxide), het Allerheiligste genaamd, werd vervolgens in een statigen omgang of processie door stad of dorp gedragen, en den volke ter aanbidding voorgehouden.

Al de praal van den heiligen sacramentsdag is sinds het jaar 1264 aan deze afgoderij gewijd. Een stuksken gebakken schuim, zoogenaamd ter eere van God en Christus aangebeden. De aanschouwing in een christenland van Rom. 1: 25: „en hebben het schepsel geëerd en gediend boven den Schepper, die te prijzen is in der eeuwigheid, amen". Een gruwel zóó stuitend, dat in de dagen der bijzondere bedeeling des Geestes in de zestiende eeuw somtijds hier of daar een hervormd christen, juist op den sacramentsdag, in de volle kerk op het altaar aanliep, den priester den ouwel uit de handen rukte, en den broodgod daar allen het zagen vertrapte, om het verleide volk te leeren, dat een afgod niets is in de wereld. Een belijdenis der daad, die menigeen met den dood bezegelde.

Hessels verdedigt de ouwelaanbidding met een beroep op de aanbidding van Christus door de Magiërs (Matth. II), den blindgeborene (Joh. IX), de apostelen en de vrouwen na 's Heeren opstanding. Want wijl Christus zich geopenbaard heeft als de Zoon Gods, weten we genoeg

Sluiten