is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschreven, de valsche profeten te dooden. „Gij zult het kwaad uit uw midden wegdoen." En Zach. XIII zegt, dat ten tijde der genade en des Nieuwen Testaments de waarheid door Christus' genade zóó de overhand in het land zal hebben, dat wie daarna valsch zal willen profeteeren of ketterij doceeren, door het oordeel van zijn eigen ouders ter dood veroordeeld zal worden. „En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valschheid gesproken hebt in den naam des Heeren; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert".

Augustinus schrijft: „Welk verstandig mensch zal tot koningen zeggen: Gij moet in uw koninkrijk uw zorg er niet over laten gaan, door wien de kerk uws Heeren beschermd of verdrukt wordt. Het gaat in uw koninkrijk u niet aan, wie godsdienstig wil zijn, wie een heiligschenner. Tot welke [koningen] niet kan gezegd worden: Het gaat in uw koninkrijk u niet aan, wie zedelijk wil zijn, wie onzedelijk. Want waarom, terwijl de vrije wil van Godswege den mensch geschonken is, moet door de wetten echtbreuk gestraft, en heiligschennis toegelaten worden? Of moet ik vertrouwen, dat het lichter [misdaad] is de ziel voor God niet te bewaren dan een vrouw voor den man?"

Waarop Hessels vervolgt: „En inderdaad, geen enkele reden laat toe, dat van de macht des zwaards, hetwelk de overheden dragen tot straf der kwaaddoeners, maar tot lof der goeden (Rom. XIII), de ketters boven andere kwaaddoeners ontheven worden, die des te erger zijn, naar mate zij meer verborgen, bedriegelijk, ijverig, geweldig loeren, niet op aardsche goederen, maar op hemelsche en eeuwige. Yan welke ons ook de apostolische schriftuur dermate afhoudt, dat zy niet wil dat tot hen gezegd wordt: „Wees gegroet", en niet toelaat dat zij