Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in huis ontvangen worden (2 Joh.). Want hun woord kruipt voort als de kanker, welks ongeneselijk kwaad niet gevoeld wordt, voordat het het geheele vleesch heeft doorknaagd en besmet" (2 Tim. II).

Dat gruwzaam slot van zijn boeksken worde professor Hessels niet te zwaar toegerekend. Hij sprak slechts de overtuiging uit van alle Roomschen dier dagen. Voor ketters geen terechtwijzing, maar slechts de dood. „De kerk dorst niet naar bloed." Met die leus als voorwendsel gaf de roomsche kerk millioenen door haar veroordeelde evangeliebelijders aan den wereldlijken rechter over, opdat de staat den dienst van beul vervullen zou. Voorts sta hier de herinnering, dat menig Protestant dier dagen, bij voorbeeld de edele Philips van Marnix heer van Sint Aldegonde, tot beteugeling der ergste ketters boeten en gevangenis, ja zelfs de doodstraf voorstond.

Overigens gaf ik Hessels langer het woord dan oorspronkelijk mijn plan was. Het kan velen belang hebben ingeboezemd, een bekwaam roomschgezinde der zestiende eeuw vóór Rome's leer en tegen het evangelie te hooren pleiten. Dat niet de nederlandsche belijdenis des geloofs, maar de Corte Belydinghe aanleiding en leiddraad van het debat was, doet minder ter zake. Zij stemmen toch zakelijk overeen. Maar laatstgenoemde gaf veel meer aanleiding tot polemiek.

Zoo liep de strijd dan nu over de hoofdgeschillen tusschen Roomschen en Protestanten. Een strijd, waarop ik onmogelijk kan ingaan. Doch het zij mij vergund, enkele opmerkingen naar aanleiding van Hessels' tegenschrift te maken.

Vooreerst dat de hoogleeraar hier en daar de Schriftbewijzen der Corte Belydinghe stilzwijgend voorbijgaat. Zoo die van artikel 15 ten betooge, dat het huwelijk iederen man is vrijgelaten. Uitsluitend 1 Tim. V: 11 en 12 is voor de onvrijheid wel een heel zwak steunpunt. „Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij

Sluiten