Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weelderig geworden zijn tegen Christus, zoo willen zij huwen; hebbende haar oordeel, omdat zij haar eerste geloof hebben te niet gedaan". Gevoelde Hessels in huwelijkszaken, hoe onschriftuurlijk Rome's leer en practijk is?

Meer handig dan waar verwisselt hij soms een zaak in debat met een andere. Ik denk aan de vraag, of bij de eerste avondmaalsviering het brood in Christus' hand werkelijk veranderd is in zijn lichaam. Hessels verbergt haar achter die andere vraag, of God almachtig is. Wat heeft die vraag te maken met de quaestiewaar het om gaat?

Ook bezigt hij nog al eens sofismen, drogredenen, of liever hij neemt als bewezen aan, wat nog bewezen moet worden. Tegen de leer der transsubstantiatie was ingebracht de hemelvaart van Christus. Een lichaam kan niet in verschillende plaatsen zijn, in den hemel en op het altaar. Hessels antwoordt dat dit wèl kan, blijkens het „wonder' van het eerste avondmaal, toen Christus' lichaam aan tafel zat, en in zijn handen en in den mond der apostelen was. Quod est demonstrandum, dit is juist de stelling die nog bewezen moest worden.

Juist dat Hessels het volstrekt onmogelijke, dat Christus bij het laatste avondmaal twee lichamen had, vasthield, bewijst hoe in merg en been roomsch hij was. Deze slaafsche geest is onze tegenstander, op elk terrein van den godsdienst.

Niettemin gaf hij over het vasten behartigenswaardige wenken. Is de gereformeerde practijk op dit punt wel bijbelsch?

Of Hessels' critiek op de Corte Belydinghe een anticritiek uitlokte, is mij niet bekend. Of er na des schrijvers dood nog een derde druk van zijn vlugschrift verscheen, evenmin. (Wordt vervolgd).

Vriezenveen, November 1906. F. J. Los.

Sluiten